Profielschets Raad van Toezicht

Samenstelling

  1. Bij de samenstelling van de Raad van Toezicht wordt gelet op diverse taken en bevoegdheden van de Raad van Toezicht zoals vastgelegd in de statuten van de Vereniging. Gelet daarop, dienen bij de samenstelling van de Raad van Toezicht de volgende aandachtsgebieden vertegenwoordigd te zijn:
  • bestuurlijke verhoudingen en de Code Goed Bestuur Primair Onderwijs;
  • onderwijs (kennis en ervaring primair onderwijs) en jeugdzorg;
  • financiĆ«n;
  • juridische zaken;
  • personeel.
  1. Leden van de Raad van Toezicht dienen de grondslag en het doel van de Vereniging te onderschrijven, wat blijkt uit hun lidmaatschap van de vereniging en het hebben van een persoonlijke christelijke levensovertuiging.
  2. Leden van de Raad van Toezicht dienen voldoende maatschappelijke binding te hebben met het voedingsgebied van de school.
  3. Minimaal twee leden van de Raad van Toezicht zijn ouders/verzorgers van een of meer kinderen die bij de school uitgaande van de Vereniging staan ingeschreven [aan dit uitgangspunt wordt al voldaan en is dus geen vereiste voor een nieuw lid]
  4. Bij de samenstelling van de Raad van Toezicht wordt gestreefd naar een diversiteit die recht doet aan de verschillende kerkelijke achtergronden van de leden van de Vereniging. Voorts is een evenwichtige verdeling van mannen en vrouwen gewenst, alsmede diversiteit inzake leeftijd en diversiteit in de achtergrond van mensen. [op dit moment bestaat de RvT uit twee vrouwen en twee mannen]
  5. De Code Goed Bestuur Primair Onderwijs: interne toezichthouders toetsen de bestuurlijke inrichting en het bestuurlijk functioneren aan de principes van de code.

Individuele competenties

De leden van de Raad van Toezicht:

  1. beschikken over een hbo- of academisch denk- en werkniveau;
  2. hebben een brede maatschappelijke betrokkenheid en onderschrijven de uitgangspunten en doelstellingen van het onderwijs dat uitgaat van de Vereniging;
  3. opereren op strategisch niveau;
  4. kunnen op hoofdlijnen processen analyseren en daarbinnen besluiten nemen;
  5. kunnen bestuurstechnieken hanteren, zoals toepassen van communicatieve vaardigheden, hoofd- en bijzaken signaleren en delegeren;
  6. zijn bereid actief en zichtbaar op te treden als ambassadeurs van de school in de stad en de wijken waarin de school gevestigd is;
  7. zijn bereid zich gezamenlijk dan wel individueel te laten scholen teneinde hun functie goed uit te kunnen oefenen.

Belangrijke persoonlijke kwaliteiten zijn:

  • objectiviteit en onpartijdigheid
  • reflectief vermogen;
  • relativeringsvermogen;
  • open, toegankelijke houding;
  • besluitvaardigheid;
  • uitdrukkingsvaardigheid.

Een collegiale opstelling is van belang voor de goede onderlinge samenwerking. Daarnaast wordt van een lid van de Raad van Toezicht ook verwacht dat hij of zij:

  • in staat is de bestuurder te ondersteunen bij de uitoefening van zijn of haar functie;
  • het vermogen en de attitude heeft om inhoud te geven aan de klankbordfunctie met de bestuurder;
  • in staat is de dialoog met de bestuurder te voeren en daarbij ook zelf initiatieven te nemen;
  • op hoofdlijnen vertrouwd is met de ontwikkelingen in het onderwijs;
  • inzicht heeft in politieke en maatschappelijke verhoudingen;
  • open staat voor een dialoog met de achterban, in het bijzonder met de ouders en de lokale gemeenschap;
  • rolvast handelt met respect voor de verantwoordelijkheden van anderen;
  • beschikt over een relevant netwerk in de regio dan wel binnen het onderwijs of de (lokale) politiek;
  • in staat is de leidende principes binnen de Vereniging te bewaken en de organisatie te bevragen op de realisatie daarvan;
  • inzicht heeft in, en kunnen denken en handelen vanuit een ‘lerende organisatie’;
  • kan functioneren in teamverband;
  • voldoende beschikbaarheid en energie heeft om zich in te zetten voor een adequate invulling van de functie. [De RvT vergadert in beginsel zes keer per jaar]

Statutaire kaders

  1. De leden van de Raad van Toezicht dienen lid te zijn van de Vereniging en de grondslag en doelstelling van de Vereniging te onderschrijven.
  2. Geen toezichthouders kunnen zijn:
  • personen die in dienst zijn van de Vereniging of acht jaar of korter geleden in dienst zijn geweest van de Vereniging, alsmede de bloed- en aanverwanten van deze personen in de eerste graad;
  • leden van de MR van de school;
  • personen die als advocaat, procureur, gemachtigde of adviseur in geschillen betrokken zijn voor de Vereniging dan wel voor de wederpartij van de Vereniging;
  • personen die op enige wijze direct of indirect betrokken zijn of een belang hebben bij het leveren van goederen of diensten aan de Vereniging;
  • personen die deel uitmaken van een bestuur, Raad van Toezicht of vergelijkbaar orgaan van een andere stichting, vereniging of organisatie voor primair onderwijs in de regio waarmee onverenigbare belangen zouden kunnen bestaan;
  • bestuurders alsmede voormalige bestuurders binnen vier jaar na hun (laatste) aftreden, alsmede de bloed- en aanverwanten van deze personen in de eerste graad.